Als pachter tussentijds fosfaatrechten vervreemden, mag dat?

De Pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Pachthof) heeft eerder in de proefprocedure over pacht en fosfaatrechten al antwoord gegeven op de vraag of de pachter gedurende de looptijd van de pachtovereenkomst verplicht is om de fosfaatrechten te behouden.

Verdeling fosfaatrechten bij einde pacht

Op 1 januari 2018 is het stelsel van fosfaatrechten ingevoerd op basis van het aantal stuks melkvee (diercategorie 100, 101 en 102) dat een bedrijf hield op de peildatum 2 juli 2015. Deze rechten zijn op basis van de Meststoffenwet toegekend aan de pachter. Fosfaatrechten zijn niet grondgebonden, maar vrij overdraagbaar en ze hebben een aanzienlijke marktwaarde.
In de meeste pachtovereenkomsten is niets opgenomen over hoe omgegaan moet worden met de fosfaatrechten bij einde van de pacht. Op basis van de proefprocedure heeft het Pachthof bepaald dat de hoofdregel is dat fosfaatrechten van de pachter zijn. Er is dan ook geen reden om de fosfaatrechten bij einde van de pacht over te dragen aan de verpachter. De hoofdregel gaat echter niet op als de verpachter langdurig bedrijfsmiddelen aan de pachter ter beschikking heeft gesteld. Het moet daarbij wel gaan om bedrijfsmiddelen die voor het bedrijf van de pachter van overwegend belang zijn om zijn bedrijf te kunnen exploiteren.

Voorwaarden fosfaatrechten bij einde pacht

Als de pachter voldoet aan de hieronder genoemde voorwaarden, dan is hij verplicht de fosfaatrechten aan het einde van de pacht over te dragen aan de verpachter.

  • Tussen verpachter en pachter bestond op 2 juli 2015 een reguliere pachtovereenkomst of een geliberaliseerde pachtovereenkomst die bij het aangaan twaalf jaar of langer duurt;
  • Het betreft hoevepacht of pacht van minimaal vijftien hectare grond of pacht van een gebouw. Het gebouw moet specifiek zijn ingericht voor de melkveehouderij en voor de uitoefening daarvan noodzakelijk zijn en door de verpachter ten behoeve van het bedrijf van de pachter ter beschikking zijn gesteld.
  • De fosfaatrechten worden voor 50% toegerekend aan de gebouwen en 50% aan de grond die de pachter op 2 juli 2015 ten behoeve van het gehouden vee ten dienste stonden en naar verhouding toegerekend aan het gepachte.
  • De verpachter dient aan de pachter 50% van de marktwaarde van de over te dragen fosfaatrechten per datum einde pachtovereenkomst te betalen.

Tussentijdse vervreemding

De vraag of de pachter gedurende de looptijd van de pachtovereenkomst gehouden is om de fosfaatrechten in stand te houden, is in de proefprocedure niet beantwoord.
Het Pachthof oordeelde op 20 oktober 2020 dat tussentijdse vervreemding van fosfaatrechten zonder toestemming van de verpachter in beginsel geen tekortkoming oplevert. De pachter is enkel verplicht om de fosfaatrechten aan het einde van de pachtovereenkomst ter beschikking te stellen. De fosfaatrechten zijn vrij verhandelbaar en de pachter kan voorzien in fosfaatrechten door ze op dat moment aan te schaffen.
Het Pachthof heeft in het oordeel mee laten wegen dat er op het moment van de vervreemding van de fosfaatrechten door de pachter nog geen duidelijkheid was over de vraag wie aan het einde van de pachtovereenkomst aanspraak kan maken op fosfaatrechten. Deze duidelijkheid is pas voor het eerst ontstaan op 26 maart 2019 bij de tussenuitspraak van de proefprocedure.
In hoeverre deze uitspraak ook geldt voor situaties waarbij de fosfaatrechten ná 26 maart 2019 vervreemd zijn, is nog niet duidelijk. Hiervoor zijn meer uitspraken nodig.

Meer weten

Wilt u weten wat de mogelijke gevolgen zijn van deze uitspraak voor uw bedrijf? Neem dan contact op met Anita van Bavel, senior jurist agrarisch recht en bestuursrecht, via telefoonnummer 013-4647177 of stuur Anita een e-mail.