Cijfers 2018: ontwikkelingen in de melkveehouderij

Een melkkoe in de stal

Betrouwbare vergelijkende cijfers zijn essentieel voor de toekomstgerichte melkveehouder. Ze helpen om nieuwe doelen te stellen of de koers te verleggen. In dit artikel beschrijven we de meest opvallende ontwikkelingen uit de cijfers van 2018.

Voor veel melkveehouders was 2018 een roerig jaar, voornamelijk door de invoering van het fosfaatrechtenstelsel. ABAB Accountants en Adviseurs hecht veel waarde aan het rapporteren van actuele cijfers, waaronder ook adequate vergelijkende cijfers. Dit doen we per kwartaal op onze online Melkveemonitor in MijnABAB en in het Analyseverslag per boekjaar.

Betrouwbare vergelijkende cijfers zijn essentieel voor de toekomstgerichte melkveehouder. Ze helpen om nieuwe doelen te stellen of de koers te verleggen. Hieronder beschrijven we de meest opvallende ontwikkelingen uit de cijfers van 2018.

Harder melken en minder jongvee: rendement binnen de fosfaatruimte

Voor het eerst sinds 2002 was er in 2018 sprake van een afname van de totaal geproduceerde melk met 2,6%. Het gemiddelde aantal melkkoeien is onder invloed van de fosfaatrechten met 4,6% afgenomen; de melkproductie per koe heeft opnieuw een mooie stijging laten zien van bijna 200 kilo. De gemiddelde melkproductie komt daarmee uit op 9.436 kilo. In de afgelopen drie jaar is de productie gemiddeld met bijna 1.000 kilo per koe gestegen.

Daarnaast is het opvallend dat de gemiddelde jongveebezetting in de afgelopen drie jaar met ruim 20% is afgenomen. In 2015 was er nog sprake van ruim 80% jongveebezetting, in 2018 is deze gedaald naar 64%. Deze ontwikkeling draagt bij aan het doel dat veel melkveehouders hebben: zo veel mogelijk melk produceren en rendement maken binnen de beschikbare fosfaatruimte. 

Gestegen voerkosten

De krachtvoerkosten per koe zijn met € 0,18 per 100 kilo melk gestegen, vooral onder invloed van een hogere mengvoerprijs. Het mengvoerverbruik per koe en de kosten voor natte bijproducten, melkpoeder en voedingssupplementen zijn vrijwel gelijk gebleven. Positief hierbij is dat de (kracht)voerefficiëntie op de bedrijven is gestegen: meer melk uit dezelfde hoeveelheid krachtvoer.

De meest opvallende stijging in de kosten zit in de ruwvoerkosten. Deze zijn gestegen met maar liefst € 0,84 per 100 kilo melk. De droogte in 2018 was hiervan de belangrijkste oorzaak. Ondanks de lagere veebezetting hebben veel bedrijven meer (en duurder) ruwvoer aan moeten kopen dan in voorgaande jaren of hun ruwvoervoorraden zijn fors geslonken. 

Kritieke opbrengstprijs

Een kengetal dat veel zegt over de stand van zaken op een bedrijf en het toekomstperspectief is de kritieke opbrengstprijs. Deze geeft aan wat een melkveehouder minimaal voor de melk moet ontvangen om op jaarbasis aan alle financiële verplichtingen en privé-onttrekkingen te kunnen voldoen.

De kritieke opbrengstprijs stijgt in 2018 met € 0,83 per 100 kilo melk tot € 35,42 per 100 kilo melk. Naast de hogere voerkosten vallen de volgende zaken vooral op:
+    hogere omzet en aanwas: € 0,25 per 100 kilo melk;
+    lagere rentelasten: € 0,31 per 100 kilo melk;
+    hoger saldo uit neventakken: € 0,34 per 100 kilo melk;
–    lagere inkomsten uit EU-bedrijfstoeslag: € 0,21 per 100 kilo melk;
–    aflossingsverplichtingen en privé-onttrekkingen liggen wat hoger, grotendeels doordat ze gedragen worden door minder melk: € 0,55 per 100 kilo melk.

Mogelijkheden om de kostprijs te verlagen

De kritieke opbrengstprijs 2018 is nagenoeg gelijk aan de langetermijnverwachting voor de melkprijs uit KWIN 2018-2019 en dat is zorgelijk te noemen. Deze zorgen worden versterkt doordat er in onze kritieke opbrengstprijs, zoals hiervoor beschreven, geen ruimte voor vervangingsinvesteringen of buffer is meegenomen. Voor het gemiddelde bedrijf betekent dit dat er verder gekeken moet worden naar ruimte om de kostprijs te verlagen. Een aantal mogelijkheden:

  • optimaliseren van de bedrijfsvoering (kosten reduceren, productie verhogen, jongveebezetting, (voer)efficiëntie);
  • neveninkomsten (nieuwe melkstromen, neventak opstarten, inkomsten buiten het bedrijf);
  • schaalvergroting (goed kijken naar de lasten van fosfaatrechten aankopen/financieren).

De laatstgenoemde mogelijkheid ligt voor veel bedrijven niet erg voor de hand door de hoogte van de investeringen in fosfaatrechten. Soms kan het toch zinvol zijn om te kijken naar mogelijkheden op het gebied van een samenwerking met een op termijn stoppende collega of andere manieren om fosfaatrechten te verwerven zonder die bancair te hoeven financieren.