Investeringsaftrek bij samenwerkingsverbanden

Als u investeert in bedrijfsmiddelen, mag u veelal een percentage van het investeringsbedrag in de vorm van een aftrek ten laste van de winst brengen. Dit wordt ook wel de investeringsaftrek genoemd. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is daar een onderdeel van. Een recente rechtspraak van de Hoge Raad verduidelijkt de toepassing van de KIA bij samenwerkingsverbanden.

De KIA wordt lager naarmate het investeringsbedrag op jaarbasis toeneemt. Het kan dus voordelig zijn om investeringen over een jaar heen te tillen om de hoogte van de KIA te optimaliseren. Voor 2020 geldt voor de toepassing van de KIA de volgende tabel:

Investeringsaftrek bij samenwerkingsverband

De KIA wordt toegepast op de gezamenlijke investeringen van de firmanten. De toerekening hiervan gebeurt naar rato van hetgeen de firmanten in een vof en de maten in een maatschap onderling zijn overeengekomen.

Door een verschil in interpretatie en afwijkende uitspraken van de lagere rechters ontstond de nodige commotie rondom de toepassing van de KIA. Dit leidde in de praktijk tot tal van nieuwe procedures. Onlangs heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de toepassing van de KIA in samenwerkingsverbanden, waardoor de onduidelijkheid is weggenomen.

Alle investeringen meenemen

Voor de berekening van de KIA die volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad, moet allereerst de KIA-tabel worden toegepast op het samengestelde investeringsbedrag. Dit wil zeggen: de buitenvennootschappelijke investeringen van de belastingplichtige plus de totale investeringen van het samenwerkingsverband. De hoogte van de KIA vermenigvuldigt u met het aandeel van de investeringen van belastingplichtige in het totaal.

Opmerkelijk is dat de Hoge Raad oordeelt dat een ondernemer met meerdere ondernemingen ook alle investeringen in de andere ondernemingen op jaarbasis moet meenemen bij de vaststelling van de KIA. Dit hebben we niet eerder gezien.

Rekenvoorbeelden

Om de toepassing te verduidelijken volgen hier twee voorbeelden van hoe de KIA volgens de Hoge Raad moet worden berekend. In het ene voorbeeld is sprake van één onderneming in een samenwerkingsverband.In het andere voorbeeld is sprake van meerdere ondernemingen en/of buitenvennootschappelijke investeringen.

Toepassing KIA bij samenwerkingsverband
Twee ondernemers, A en B, oefenen hun onderneming uit in een vof. Zij zijn beiden voor 50% gerechtigd tot de winst van deze vof. De vof investeert in totaal voor € 70.000 in bedrijfsmiddelen.

  1. Volgens de tabel is bij een investering van € 70.000 de KIA € 16.307.
  2. De investering van zowel A als B bedraagt € 35.000 (50% van € 70.000).
  3. De KIA bedraagt voor zowel A als B (€ 35.000 / € 70.000) * € 16.307 = € 8.153,50.

Toepassing KIA bij meerdere ondernemingen/buitenvennootschappelijke investeringen
In dit voorbeeld gelden dezelfde uitgangspunten als hierboven, maar nu heeft A ook een eenmanszaak. In deze eenmanszaak investeert hij nog eens € 40.000. De KIA voor A moet volgens de Hoge Raad als volgt worden berekend:

  1. De investeringen voor toepassing van de KIA bedragen € 110.000, namelijk € 70.000 in de vof en € 40.000 in de eenmanszaak.
  2. Bij een investering van € 110.000 is de KIA volgens de tabel € 16.145.
  3. De investering van A bedraagt € 75.000 (€ 35.000 in de vof en € 40.000 in de eenmanszaak).
  4. De KIA bedraagt voor A (€ 75.000 / € 110.000) * € 16.145 = € 11.008. De KIA van B wijzigt niet ten opzichte van het eerste voorbeeld.

 

Laat u adviseren

Als u van plan bent om in een samenwerkingsverband te investeren in bedrijfsmiddelen alsmede in het buitenvennootschappelijk vermogen, laat u dan vooraf informeren over de hoogte van de aftrek in de verschillende situaties. Zo kunt u zo optimaal mogelijk gebruikmaken van de KIA.

Neem contact op met Sophia van Vijfeijken-Vos, belastingadviseur, via telefoonnummer 0485-561335 of stuur haar een mail.