Melkproductiestijging per koe zet in 2019 niet door

In de Melkveemonitor van ABAB Accountants en Adviseurs kunnen melkveehouders hun eigen cijfers en prestaties per kwartaal vergelijken met gemiddelde referentiecijfers. In deze referentiecijfers zijn uiteraard ook ontwikkelingen waar te nemen in technische prestaties, prijzen en financiële cijfers. Op de referentiebedrijven zijn in 2019 gemiddeld twee melkkoeien meer gehouden, maar de totale melkproductie ligt lager dan in 2018. De volgende zaken vallen op in de cijfers.

Koesaldo

Het gerealiseerde koesaldo over de eerste negen maanden van 2019 ligt € 30 lager dan in dezelfde periode vorig jaar. De melkopbrengsten per koe zijn, op enkele euro’s na, gelijk aan 2018. De krachtvoer- en veekosten per koe liggen gezamenlijk bijna € 40 per koe lager.
Het negatieve verschil in het koesaldo wordt veroorzaakt door een lager saldo uit aan- en verkoop van vee (omzet vee). Dit verschil is bijna € 70 per koe. Hierbij moet vermeld worden dat hierin de waardestijging of -daling van de veestapel in beide jaren niet is meegenomen. 

Melkopbrengsten

De sterke productiestijging per koe van de afgelopen jaren vlakt af. In de referentiecijfers van ABAB ligt de melkproductie per koe in 2019 zelfs 137 kg per koe lager. Dit wordt gecompenseerd door een melkprijs die ruim een halve euro per 100 kg hoger ligt. Opvallend detail hierbij is een vetgehalte dat 0,07 procentpunt hoger ligt in 2019. Hierdoor zijn de kilogrammen vet en eiwit per koe met slechts 5 kg gedaald. De totale melkleverantie op de bedrijven ligt in 2019 ongeveer 3.000 kg lager ten opzichte van 2018.

Omzet en aanwas

De omzet uit vee is fors lager dan in 2018. Dit is grotendeels te verklaren door een hogere verkoop van melkkoeien en eventueel jongvee in 2018 om de veestapel in evenwicht te brengen met de beschikbare fosfaatrechten. De hoogte van de uiteindelijke post omzet en aanwas wordt uiteraard fors getemperd als de waardering van de ingekrompen veestapel op 31 december 2018 wordt meegenomen. De waardeverandering zal gemiddeld in 2019 veel lager uitkomen of zelfs een positieve waarde hebben in de gemiddelde cijfers aan het eind van het jaar. De verwachting is dat de invloed van omzet en aanwas op het uiteindelijke koesaldo veel kleiner is dan de cijfers nu doen vermoeden.

Krachtvoerkosten

De krachtvoerkosten liggen per koe circa € 30 lager. Per 100 kg melk bedraagt het verschil € 0,20. Er wordt 1,5% minder kilo’s mengvoer en droge grondstoffen gevoerd en de gemiddelde prijs ligt ruim € 0,50 per 100 kg lager. Ook de kosten voor natte bijproducten zijn lager dan vorig jaar.

Externe opfokkosten

Verder is het opvallend dat steeds meer bedrijven hun jongveeopfok uitbesteden en daarvoor voergeld betalen. In de eerste negen maanden van 2018 was dit gemiddeld € 8 per koe en dat is in 2019 gestegen naar € 28 per koe. 

Personeelskosten

De personeelskosten lijken met krap 30% te stijgen in 2019. Dit lijkt veel, maar gemiddeld genomen waren de personeelskosten op melkveebedrijven nog niet zo hoog. Deze ontwikkeling is opmerkelijk te noemen, omdat de bedrijven niet groeien in aantallen koeien of afgeleverde kilogrammen melk.

Toekomstperspectief 

Het verder optimaliseren van het koesaldo en de voerefficiëntie biedt op veel bedrijven mogelijkheden om de kritieke opbrengstprijs te verlagen en daarmee het toekomstperspectief van het bedrijf te verhogen. Probeer, ondanks alle onzekerheden en (politieke) commotie, als ondernemer voldoende focus te houden op de ‘knoppen’ die u zelf kunt bedienen!