Omzetting ledencertificaten in melkcertificaten vraagt om fiscaal antwoord

Per 1 januari 2022 schakelt FrieslandCampina (RFC) over op een nieuwe ledenfinancieringsstructuur. Hiermee verplicht RFC melkveehouders om melkcertificaten aan te kopen om aan RFC te mogen leveren. Dit heeft fiscale gevolgen.

Melkcertificaten zijn, in tegenstelling tot de huidige ledencertificaten, te kwalificeren als bedrijfsmiddel: ze zijn immers direct gekoppeld aan de levering van melk.

Overgangsperiode

Als de melkveehouder zijn huidige ledencertificaten voor de financiering van de melkcertificaten wil gebruiken, moet hij deze eerst omzetten in obligaties-vast. De huidige ledencertificaten mogen nog steeds tegen de historische kostprijs in de balans worden opgenomen. Het is dan ook niet vreemd dat in de ledencertificaten nog stille reserves aanwezig zijn die bij de omzetting naar obligaties-vast vrijvallen. De Belastingdienst heeft over de fiscale afwikkeling van deze vrijval onlangs duidelijkheid verschaft. Op vragen van de VLB heeft zij aangegeven dat er voor de vrijval van de stille reserves bij de overzetting naar obligaties-vast gedurende een overgangsperiode een herinvesteringsreserve mag worden gevormd. De overgangsperiode loopt tot 31 december 2022.

Herinvesteringsreserve

Leveringscertificaten werden tot de fusie van Campina met Friesland Foods in 2008/2009 als bedrijfsmiddel aangemerkt. Daarna kregen deze in de vorm van ledencertificaten een ander karakter. Ten tijde van de fusie stemde de Belastingdienst in met de mogelijkheid om de vrijval van de stille reserves op leveringscertificaten als herinvesteringsreserve te boeken. Nu de toepassing van de herinvesteringsreserve alsnog wordt toegestaan, is de melkveehouder daar overigens niet direct bij gebaat, omdat hij de herinvesteringsreserve niet mag afboeken op de verkrijgingsprijs van de melkcertificaten. De herinvesteringsreserve kan onder voorwaarden wel worden benut voor investeringen met een afschrijvingsduur van tien jaar of minder. Dit zijn met name investeringen in werktuigen of fosfaatrechten.

Afschrijven

Het feit dat sprake is van een investering in een bedrijfsmiddel, betekent niet per definitie dat op het bedrijfsmiddel kan worden afgeschreven. De melkcertificaten vormen financiële activa en dalen, volgens RFC, gedurende de gebruiksduur niet in waarde. Bij staking of overdracht van de melkveehouderij betaalt RFC immers de inleg in deze melkcertificaten terug. Het is wettelijk bepaald dat afschrijven niet gerechtvaardigd is als er geen sprake is van waardedaling.

Dat er niet op melkcertificaten kan worden afgeschreven, heeft ook consequenties voor de toepassing van de herinvesteringsreserve. De hieraan gestelde voorwaarden sluiten toepassing namelijk uit.

Verdeling nabetaling tussen vennoten

De administratieve verwerking van melkcertificaten vormt binnen een samenwerkingsverband een belangrijk aandachtspunt. De verdeling van de nabetaling op de melkcertificaten sluit in beginsel aan bij de jaarwinstverdeling. Hierop ziet RFC echter niet toe. De verkrijging van melkcertificaten loopt daarom niet per definitie parallel met de jaarwinstverdeling. Is er een verschil? Dan moeten vennoten afspraken maken over de verrekening van dit verschil bij de winstverdeling.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Dan resteert de vraag hoe in het kader van de bedrijfsopvolgingsregeling met melkcertificaten moet worden omgegaan. Op dit punt is de verwachting positiever. De melkcertificaten maken in beginsel deel uit van de tot de onderneming behorende bedrijfsmiddelen en vormen dus verplicht bedrijfsvermogen. Over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling kan hierover geen discussie ontstaan.

Meer informatie of advies

Wilt u meer informatie of advies over de fiscale behandeling van melkcertificaten? Neem dan contact op met Bert van den Kerkhof, hoofd vaktechniek Belastingadvies of stuur een mail.