Voerefficiëntie: scherp voeren, is beter boeren

We zijn terecht trots op onze Nederlandse melkveehouderij. Tientallen jaren investeren in technische vooruitgang, onze veestapel en ondernemerschap, hebben ertoe geleid dat we onszelf bij de top van de efficiëntste melkveehouderij van de wereld mogen rekenen. De huidige vraagstukken liggen op het gebied van duurzaamheid.

Een zeer belangrijk kengetal voor melkveebedrijven die scherp managen en willen optimaliseren, is de voerefficiëntie, die aangeeft hoeveel melk er uit een kg drogestof voer geproduceerd wordt. IFCN (International Farm Comparison Network) publiceerde dat een melkkoe op een Nederlands melkveebedrijf ongeveer 1,3 kg melk met 4% vet en 3,3% eiwit per kilogram opgenomen droge stof produceert (zie figuur 1). Hiermee komen we op een derde plek, achter Frankrijk en Denemarken. Een analyse van het Platform verantwoorde veehouderij laat zien dat Frankrijk dit realiseert door een hoog aandeel maiskuil in het rantsoen en in Denemarken door een hoog aandeel krachtvoer.

Figuur 1: Afgeleverde standaardmelk per kg gevoerde drogestof aan de melkkoeien. Bron: IFCN
Figuur 1: Afgeleverde standaardmelk per kg gevoerde drogestof aan de melkkoeien. Bron: IFCN

Het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf bestaat echter niet. Wanneer het gaat over verdergaande verbeteringen, dan moeten die gerealiseerd worden op individuele melkveebedrijven.

Grote verschillen in voerefficiëntie

We zien dat er tussen melkveebedrijven enorme verschillen bestaan in de voerefficiëntie en vervolgens nog veel grotere verschillen tussen de individuele koeien op een bedrijf. Daar is voor veel bedrijven en eigenlijk de hele melkveesector nog een hele grote slag te maken als het gaat om het verbeteren van de duurzaamheid en een daarmee gepaard gaande kostprijsverlaging.
Om een beeld te geven van de mogelijkheden die er nog liggen, duiken we eens in de resultaten van deze individuele bedrijven. Hierbij is het niet eenvoudig om een goed kengetal te bepalen dat inzicht geeft in de verschillen in voerefficiëntie. We gebruiken hiervoor ter illustratie de krachtvoerkosten, maar uiteraard hoort er bij een analyse op het individuele bedrijf ook een beoordeling van de ruwvoerkosten bij. Hierbij hebben we de keuze gemaakt om de kosten uit te drukken per kg vet en eiwit per koe. Daarmee komt de totale productie het best in beeld. Om duidelijk te maken hoeveel kansen er liggen, hebben we een groep bedrijven geselecteerd met een intensiteit tussen de 18.000 en 22.000 kg melk per ha. Binnen deze groep zien we dat er bij elke productie veel variatie is in de totale krachtvoerkosten per kg vet en eiwit. Bij bedrijven die 700 kg vet en eiwit per koe produceren, zien we een variatie van € 0,85 tot € 1,45. Dat is een heel groot verschil, op een bedrijf met honderd koeien al ruim € 40.000. Bij een hogere productie lijkt de variatie iets kleiner te worden, maar toch ook hier verschillen van € 0,40 cent. Dit onderschrijft de conclusie dat hier nog wat te verdienen valt, zowel voor de portemonnee als voor het milieu.

Variatie in voerefficiëntie
Figuur 2: Variatie in voerefficiëntie (krachtvoerkosten per kg vet en eiwit), afhankelijk van kilogram vet en eiwit per koe.

Hoe efficiënt zet de koe voer om in melk

Deze algemene analyse maakt een goede ondernemer nieuwsgierig naar de vraag hoe dat op zijn bedrijf zit. Hiervoor moeten alle kengetallen in samenhang geanalyseerd worden. Waar het werkelijk om gaat: hoe efficiënt zet de koe het voer om in melk? Dat komt aan op vakmanschap, en op alle vlakken de juiste keuzes maken die gericht zijn op een zo hoog mogelijke voerefficiëntie. Uiteraard zijn gezondheid, duurzaamheid en vruchtbaarheid van de koeien hierbij vanzelfsprekende randvoorwaarden.
Het rantsoen is daarin natuurlijk een hele grote factor. Geredeneerd vanuit de genoemde focus op voerefficiëntie gaat het dan bij de maisteelt om: welke mais heb ik nodig om mijn koeien efficiënter te maken? In een zeer grasrijk rantsoen is dat bijvoorbeeld doorgaans zetmeelrijke mais, terwijl het bij een groter aandeel mais in het rantsoen veel meer aankomt op de totale voederwaarde en verteerbaarheid. Daar goede keuzes in maken, telt bedrijfseconomisch vaak harder door dan de laatste kilo’s drogestofopbrengst. Bedrijfseconomisch gezien is de voerefficiëntie in euro’s melkgeld per euro gemaakte voerkosten nóg interessanter. Die is wel een stuk lastiger te berekenen, maar met de technologische vooruitgang op melkveebedrijven komt snel meer data en informatie beschikbaar. In tijden waar kostprijs zo belangrijk is, gaan we daar zeker gebruik van maken en nog veel meer sturen op voerefficiëntie.

Meer weten?

Neem contact op met uw contactpersoon of met Erik van Gorp, senior bedrijfsadviseur, via telefoonnummer 040-2942632 of stuur Erik een e-mail.