Wijzigingen en actualiteiten omtrent de Gecombineerde opgave

Ten opzichte van 2020 zijn er een aantal wijzigingen in de Gecombineerde opgave. De belangrijkste aanpassingen omtrent vanggewas na mais op zand- en lössgronden, nieuwe grondmonsters, natuurgronden, gebruiksnormen en mestvoorraden lichten wij hieronder toe.

Vanggewas na mais op zand- en lössgronden

De regels voor het telen van vanggewas na mais op zand- en lössgronden blijven gelijk aan voorgaand jaar. Vanggewas onderzaaien of direct na de oogst zaaien, kan uiterlijk op 1 oktober 2021. In de periode van 1 oktober tot uiterlijk 31 oktober kunt u enkel kiezen voor wintergranen. Bij snijmais dient het wintergraan volgend jaar als hoofdgewas gebruikt te worden. Voor beide opties geldt een instandhouding van het vanggewas tot 1 februari 2022.

Nieuwe grondmonsters

Vanaf dit jaar kunt u de nieuwe grondmonsters invoeren bij fosfaatdifferentiatie onder het onderdeel percelen. Zijn uw grondmonsters na 31 december 2020 genomen? Dan bent u verplicht om uw fosfaatklasse te bepalen op basis van PAL en P-PAE. Als u fosfaatarme grond heeft, bent u dit verplicht na de analysedatum 15 mei 2020.

Voor grondmonsters die genomen zijn in de klasse ruim, neutraal en laag vóór 31 december 2020, mag u voor de overgangsregeling kiezen. U kunt dus kiezen of u rekening wilt houden met Pal/PW of PAL/P-PAE. De grondmonsters zijn hiervoor in 2021 vijf jaar geldig (vanaf 16 mei 2016).

Valt u in de klasse arm, dan mag het monster niet ouder zijn dan vier jaar (16 mei 2017).

Let op: vanaf volgend jaar (2022) is de overgangsregeling voor beide monsters vier jaar (16 mei 2018). Doet u aan derogatie? Dan mag het derogatiemonster niet ouder zijn dan vier jaar, ook in 2021. U heeft dan toch al een nieuw monster nodig, ondanks dat het monster voor de fosfaatdifferentiatie nog wel geldig is.

Bij de teelt van een EA-vanggewas dient u minimaal 75% aan de zaaizaadeis te gebruiken. Daarbij moet het vanggewas zichtbaar aanwezig zijn. Beide moet u bij controle kunnen bewijzen.

Natuurgronden en gebruiksnormen

Staat er geen stikstof- of fosfaatruimte in het pachtcontract van uw natuurgronden (gve’s of tonnen mest), dan is de bemestingsruimte, ruimte mestverwerking en grondgebondenheid op grasland met hoofdfunctie natuur 170 kg stikstof en 70 kg per ha. Voor natuurgrond betreft dit maximaal 20 kilogram fosfaat en geen maximale gift stikstof.

Het was al bekend dat analyseresultaten leidend zijn voor het opgeven van mestvoorraden. Vanaf 2021 is het zo dat er per jaar een systeem gehanteerd wordt.

Mestvoorraden

Voert u in 2021 mest af, dan zijn de analyseresultaten leidend voor zowel de eind- als beginvoorraad. Als u jaarlijks mest afvoert, komt de beginvoorraad dus niet meer overeen met de eindvoorraad en de aanvullende gegevens van het voorgaande jaar. Indien u geen mest afvoert, is de afvoer van het voorgaande jaar leidend. Als dat niet het geval is, kunt u forfaits gebruiken.

Meer weten?

Wilt u weten wat de nieuwe grondmonsters voor uw mestaanvoer/-afvoer (gebruiksnormen) betekenen? Of heeft u andere vragen omtrent de wijzigingen in de Gecombineerde opgave? Neem contact op met Lenie van Dijk-Gooren, bedrijfsadviseur, via telefoonnummer 040-2942773 of stuur Lenie een e-mail.