Ondanks verzoek worden Lbv-besluiten niet openbaar

Slot om documenten

Recentelijk werd een verzoek om Lbv-besluiten afgewezen. Dit verzoek werd gedaan op grond van de Wet open overheid (Woo). De wet uit 2022 bevordert transparantie van overheidsinformatie en is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). 

Wat is het verschil tussen Woo en Wob?

Een belangrijk verschil tussen de Woo en de Wob is dat de overheid onder de Woo een actievere rol krijgt. Dit betekent dat de overheid niet alleen op verzoek, maar soms ook uit eigen beweging informatie over haar handelen moet openbaren. 

We zetten de hoofdlijnen van het proces van een Woo-verzoek voor u op een rij. 

Woo-verzoek indienen

Iedereen kan een Woo-verzoek indienen. Het moet dan wel gaan om informatie die betrekking heeft op een bestuurlijke aangelegenheid. Bijvoorbeeld over beleid of besluitvorming of de voorbereiding en uitvoering daarvan. 

Woo-verzoeken kunnen ingediend worden bij ministeries, gemeenten, provincies en waterschappen en alle daaronder vallende diensten, zoals de Belastingdienst en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het verzoek kan mondeling, per brief of per e-mail ingediend worden; soms is er zelfs een speciaal Woo-formulier beschikbaar. 

Het is daarbij van belang om zo concreet mogelijk te zijn over het onderwerp, welke documenten u zoekt en over welke periode u informatie wenst. Verder gelden er voor een Woo-verzoek geen vormvereisten en is de behandeling van dit verzoek kosteloos.

Reactie op Woo-verzoek

Er geldt een wettelijke termijn waarbinnen een overheidsinstantie moet reageren op een Woo-verzoek. Er zijn drie reacties mogelijk:

  1. het verzoek wordt goedgekeurd en u krijgt de gevraagde informatie
  2. het verzoek wordt gedeeltelijk ingewilligd
  3. het verzoek wordt afgewezen. In dat geval moet de overheidsinstantie de redenen van afwijzing opgeven. Er staan enkele uitzonderingsgronden in de Woo, zoals privacy, bedrijfs- en fabricagegegevens of nationale veiligheid.
     

In alle gevallen vindt publicatie van de besluiten plaats op www.rijksoverheid.nl. Bij een (gedeeltelijke) goedkeuring worden ook de gevraagde gegevens gepubliceerd. 

Tegen openbaarmaking?

Wilt u niet dat bepaalde gegevens openbaar worden gemaakt? Dan kunt u stappen ondernemen. Als u een brief van de betreffende overheidsinstantie ontvangt over een voornemen tot openbaarmaking van informatie, kunt u als betrokken partij een zienswijze indienen. Deze zienswijze weegt mee in het definitieve besluit om gegevens openbaar te maken over u of uw onderneming. Uiteindelijk volgt een brief met het definitieve Woo-besluit. Degene die het Woo-verzoek ingediend heeft, krijgt dit besluit  eveneens toegestuurd. 

Tegen het definitieve Woo-besluit kunnen de betrokken partijen en de verzoeker rechtsmiddelen aanwenden, zoals het indienen van een bezwaar en het aanvragen van een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter. Het indienen van bezwaar schorst immers de werking van het besluit niet. Met een voorlopige voorziening kunt u voorkomen dat de informatie tijdens de behandeling van uw bezwaar openbaar gemaakt wordt.

Woo voor Lbv-besluiten

Onlangs werd er een Woo-verzoek ingediend bij RVO. Hierin is verzocht om openbaarmaking van alle besluiten die verstuurd zijn in het kader van de landelijke beëindigingsregelingen voor veehouderijlocaties (Lbv en Lbv-plus), met daarin het financiële voorstel en de wijze waarop het bedrag tot stand gekomen is. Volgens RVO waren er zeventig besluiten Lbv-plus aangetroffen waarvan de gegevens openbaar gemaakt zouden worden. ABAB diende namens een aantal veehouders een zienswijze in tegen het voornemen om de besluiten openbaar te maken.

In onze beleving is het openbaar maken van de gevraagde gegevens op dit moment erg voorbarig. Redenen hiervoor zijn onder andere: 

  • Het feit dat een veehouder zich heeft aangemeld voor de beëindigingsregelingen Lbv en/of Lbv-plus betekent niet dat hij ook daadwerkelijk deelneemt. In veel gevallen moet de definitieve keuze nog gemaakt worden. Veehouders wachten bijvoorbeeld op de openstelling van alternatieve regelingen, zoals de verplaatsings- of extensiveringsregeling en kunnen daarna pas een weloverwogen beslissing nemen. Bovendien zijn veel veehouders nog in afwachting van het flankerend beleid vanuit de gemeente.
  • Voor veehouders bestaan er zwaarwegende belangen om de gevraagde gegevens vooralsnog niet openbaar te maken. Op het moment dat een potentiële deelname aan de beëindigingsregeling openbaar wordt en iedereen weet dat de veehouder zijn bedrijfsvoering mogelijk binnen afzienbare tijd staakt, kan dat direct van invloed zijn op de bedrijfsvoering. Denk bijvoorbeeld aan reacties van leveranciers, afnemers en/of personeelsleden.

RVO heeft besloten om de gevraagde gegevens niet openbaar te maken. Naast voornoemde redenen vindt de overheidsinstantie het belangrijk dat de overheid gezien wordt als een betrouwbare partij om zaken mee te doen. Landbouwers hebben immers nog geruime tijd om te besluiten of zij definitief deelnemen door het aanbod te accepteren. RVO is van mening dat zij die afweging weloverwogen moeten kunnen maken. Het openbaar maken van de besluiten draagt daar niet aan bij.