‘Ik ervaar een snellere droogstand en een efficiëntere opstart met StopLac’

Jennissen - Berlicum
Jan en Rob Jennissen

Wat begon als een poging om het medicijngebruik verder terug te dringen, groeide uit tot een aanpak die volgens hen duidelijke voordelen oplevert in de droogstand en bij de opstart na afkalven. Op het melkveebedrijf van Jan en Rob Jennissen in het Brabantse Berlicum wordt al ruim drieënhalf jaar gewerkt met producten van AHV. Vorig jaar besloten vader en zoon een volgende stap te zetten door StopLac te testen bij het droogzetten van hun koeien.

Openstaan voor vernieuwing

De keuze om StopLac te proberen, paste binnen hun bedrijfsfilosofie. Jan vertelt: ‘We gebruiken al lange tijd producten van AHV en vorig jaar kregen we de kans om StopLac uit te proberen bij het droogzetten. We stonden daar open voor, aangezien we altijd proberen het medicijngebruik laag te houden.’

Na bijna een jaar praktijkervaring zijn de conclusies volgens hem helder. ‘De koeien drogen vlotter op en starten na het kalven soepeler weer op. De koeien gingen makkelijker door de droogstand en begonnen weer snel met melken zodra ze gekalfd hadden.’

Hoge productie, uitdagende droogstand

Het bedrijf van de familie Jennissen telt 250 melkkoeien met een gemiddelde jaarproductie van 12.860 kilo melk per koe. Dat hoge productieniveau betekent dat veel dieren bij aanvang van de droogstand nog flink wat melk geven. Jan licht toe: ‘Onze oudmelkte koeien geven soms wel tussen de 18 en 25 liter melk per dag. We willen dit terugbrengen naar 15 liter, maar bij voorkeur zelfs minder.’

Voorheen werd geprobeerd de melkproductie in de laatste weken van de lactatie te verlagen door koeien apart te zetten in een strohok. Ze kregen een rantsoen van mais en gehakseld stro en werden aan het einde nog maar één keer per dag gemolken. ‘Dat drukte de melkproductie wel, maar het zorgde voor veel extra werk en onrust in de stal.’

Praktijktest met twee groepen

Om het effect van StopLac goed te beoordelen verdeelden Jan en Rob de koeien in twee groepen: een groep die met StopLac werd drooggezet en een controlegroep zonder het product. ‘We zagen al snel verschil in de druk op de uier, maar vooral op de lange termijn was het effect merkbaar’, zegt Jan. ‘De koeien die StopLac hadden gehad, waren veel sneller en makkelijker opgestart na het afkalven. Dit is voor ons het belangrijkste resultaat.’

Natuurlijk moeten ze op de kosten letten, geeft Jan aan. ‘Maar het feit dat de koeien hierdoor probleemloos door kunnen blijven melken tot ze daadwerkelijk droog gaan, maakt het voor ons de investering meer dan waard.’

Vast onderdeel van het droogzetprotocol

Op basis van de ervaringen is StopLac inmiddels standaard onderdeel van het droogzetprotocol op het bedrijf. ‘Na de laatste melking in de robot geven we direct de bolussen. Rob zorgt altijd dat de speentoppen goed afgesloten worden om te voorkomen dat er bacteriën de uier binnendringen. Daarna gaan de koeien naar de droogstandgroep en blijven daar tot het kalven,’ legt Jan uit. ‘De meerwaarde zit vooral in het managementgemak en de vlottere transitie rondom het afkalven.’

Over het bedrijf

Jan (63) en zijn zoon Rob (29) Jennissen runnen een melkveebedrijf in Berlicum (Noord-Brabant) met 250 melkkoeien. De gemiddelde melkproductie bedraagt 12.860 kilo per koe per jaar.