‘Boer kan voorspellen welke koeien ziek worden’

Waarom rolt de ene koe probleemloos door de transitieperiode en de andere niet? En kun je voorspellen welke koeien na het afkalven ziek worden? ‘Ja, dat kun je zeker’, zegt onderzoeker en dierenarts Ingrid van Dixhoorn van Wageningen University Research. Ze vertelt hoe.

In de transitiefase worstelen veel koeien met kleine aandoeningen, maar lang niet allemaal worden ze zichtbaar ziek. Koeien met een lage veerkracht hebben meer moeite met de transitiefase. Ze lopen een groter risico om ziek te worden.
Hoe herkennen we deze koeien? In het Melkveefonds/Provincie Overijssel-project ‘Veerkracht van Melkvee’ is het met behulp van sensoren gelukt om koeien met een verhoogde kwetsbaarheid al tijdens de droogstand op te sporen. Ingrid van Dixhoorn voerde dit onderzoek uit, samen met dierenartsen van Veterinair Kenniscentrum Oost-Nederland.

Uw onderzoek gaat over veerkracht bij transitiekoeien. Waarom is dat belangrijk?

‘Resilience is een belangrijk thema bij Wageningen Livestock Research. In het Nederlands betekent het veerkracht of incasseringsvermogen. Dieren met een grote veerkracht worden minder snel ziek, kunnen beter omgaan met de enorme veranderingen die bijvoorbeeld een transitieperiode met zich meebrengt. Hoe meer we over veerkracht van koeien en de factoren die dat beïnvloeden te weten komen, hoe beter een melkveehouder er in zijn management op kan sturen.’

Wat was het doel van uw onderzoek?

‘Het doel van dit onderzoek was kijken of je laagveerkrachtige koeien kunt vinden op basis van sensormetingen. Een melkveehouder die weet welke koeien minder veerkrachtig zijn, kan deze koeien in zijn management een handje helpen, zodat ze ‒ ondanks dat ze minder veerkracht hebben ‒ na het afkalven tóch gezond blijven. Hij kan bijvoorbeeld het voermanagement aanpassen, preventief diergeneesmiddelen gaan toedienen of meer vierkante meters ruimte maken voor de droogstaande koeien.’

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

‘Het onderzoek is uitgevoerd met 22 drachtige koeien op een melkveebedrijf in Den Ham. De koeien werden dagelijks gevolgd met oorsensoren, stappentellers en vreet- en herkauwmeters. Die maten in de twee weken voor het afkalven mogelijke indicatoren voor veerkracht, zoals temperatuur en gedragingen. De koeien zijn na het afkalven klinisch gescoord op tal van zaken: baarmoederuitvloeiing, slepende melkziekte, het aantal antibioticabehandelingen, dat soort zaken. Hoe meer punten, hoe ongezonder de koe. De totaalscore per koe hebben we vergeleken met de sensormeting voor het afkalven.’

Wat is de conclusie?

‘Er bleek een correlatie tussen onrustig en afwijkend gedrag in de droogstand en een hoge ziektescore. Koeien die in de droogstand niet aan een ritme toekwamen en onregelmatig aten en rustten, werden na het afkalven vaker ziek. Zij hadden na het afkalven een te lage energiebalans, uierontsteking, baarmoederontsteking en niet zelden een combinatie van verschillende transitieverstoringen. De koeien die de weken voor het afkalven goed aten, een vast voerritme hadden en op vaste tijden rustten en bewogen, waren na het afkalven het gezondst. Dat gold ook voor koeien met een vast dag-nacht-ritme in de droogstand. Je zou dus kunnen zeggen dat koeien gedijen bij rust, ritme en regelmaat.’

Het lijken wel mensen. Is het niet een redelijk voor de hand liggende conclusie, die boeren in de dagelijkse praktijk al jaren zo ervaren?

‘We hadden deze uitkomst ook wel enigszins verwacht, maar het is goed dat het nu in onderzoek is aangetoond. Wat echt nieuw is, is dat we nu een aantal generieke voorspellers hebben voor het ziek worden van de koe. Dat zijn een lage gemiddelde voertijd, het ontbreken van een ritme in het stappenpatroon en variatie in oortemperatuur. Als een koe voor het afkalven één of meer van deze kenmerken toont, is de kans groter dat ze na het afkalven ziek wordt.’

Kan een boer dat niet zien op het blote oog?

‘Een melkveehouder die veel in de stal is en “feeling” heeft voor het vee ziet iets sneller dan iemand die dat niet heeft. Maar onze ervaring is dat ook de echte koeienboer lang niet alle koeien met een verhoogde kans op ziekte er zomaar uitpikt. Bij de gezondheidsscore in ons onderzoek deelden we de koeien in drie groepen in: een goede gezondheid, een slechte gezondheid en een groep die ertussenin zat. Bijna de helft van de koeien belandde in de groep met een slechte gezondheid. Terwijl de boer dat vooraf absoluut niet had verwacht. Ik wil ermee zeggen dat er meer sluimerende, subklinische aandoeningen in een veestapel zitten dan boeren op het blote oog kunnen waarnemen. Daarom biedt het meten met sensoren zo veel meerwaarde. Het ondersteunt de boer in zijn vakmanschap.’

Gaan we elke koe straks vol hangen met sensoren?

‘Nee, dat is niet per se nodig. Enkele gerichte dagelijkse metingen met een stappenteller en een herkauwmeter geven al heel veel informatie.’

Hoe nu verder?

‘We hebben het onderzoek uitgebreid naar vier melkveebedrijven met 200 koeien. Anderhalf jaar lang zijn de melkkoeien gevolgd. In dit vervolgonderzoek – dat we Veerkracht II noemen (Zuivel NL/EFRO- project) – zijn ook de omgevingsfactoren in kaart gebracht, zoals bezetting in de stal, stalklimaat, voer en koeienras. Verder is het bloed van de koeien onderzocht. Hier moet vervolgens ook een “resilience-score” per bedrijf uitrollen. Alle data worden nu verwerkt en geanalyseerd. De verwachting is dat we medio 2019 de resultaten kunnen presenteren.’

En dan? Wat kunnen melkveehouders met de resultaten van deze twee onderzoeken?

‘Het is de bedoeling om een slim maar eenvoudig meetsysteem te ontwikkelen waarmee kwetsbare koeien tijdens de transitieperiode kunnen worden geïdentificeerd. Deze gegevens kun je dan koppelen aan bedrijfsmanagementprogramma’s zoals KoeKompas. Dat is een managementinstrument dat veehouders nu al volop gebruiken om kritisch te kijken naar voeding en water, huisvesting, dierenwelzijn, melken, werkroutines, jongveeopfok en diergezondheid. De veerkrachtindicatoren uit dit onderzoek kunnen de waarde van KoeKompas aanzienlijk verhogen.’

Wat is voor u de belangrijkste uitkomst van het eerste onderzoek?

‘We zijn een stap verder in vroege ziektedetectie. Door kwetsbare koeien te detecteren in de droogstand kunnen we ziekten voor zijn, dat is winst. Een boer kan door te meten voorspellen welke koeien na het afkalven ziek worden en daar tijdig maatregelen op nemen. Dat draagt bij aan een verhoging van welzijn, gezondheid, productie en levensduur van melkkoeien.’

Komt er nog een vervolg?

‘Dat is nog niet zeker, ik hoop het wel. Het is relevant om te gaan bekijken hoe snel een boer na detectie met managementmaatregelen kan bijsturen, zodanig dat de kwetsbare koeien toch niet ziek worden. Er zijn zo veel factoren die invloed hebben op de veerkracht van koeien. Het is de bedoeling om de meest kritische factoren nog beter in kaart te brengen.’

Ingrid van Dixhoorn
Ingrid van Dixhoorn, onderzoeker en dierenarts van Wageningen University Research