Gezonde koeien goed voor het klimaat en voor de portemonnee

Wanneer een koe klinische mastitis krijgt, stijgt de broeikasgasuitstoot per kilogram melk gemiddeld met 6,2%. Bij subklinische ketose gaat de uitstoot omhoog met 2,3%. En bij klauwaandoeningen stijgt de uitstoot van broeikasgas met 1,5%. Dat blijkt uit het proefschrift waarop Pim Mostert in juni 2018 promoveerde aan de Wageningen Universiteit.

De stijging in broeikasgassen wordt vooral veroorzaakt door vroegtijdige afvoer van koeien en niet-leverbare melk. ‘Hoe meer gezonde koeien in de stal, hoe beter een melkveehouder scoort op broeikasgasuitstoot per kilogram melk. Dat kan in de duurzaamheidsprogramma’s van de zuivelfabrieken straks behoorlijk verschil maken’, zegt Mostert.

Melk met lagere milieu-impact

De Wageningse onderzoeker analyseerde in een vier jaar durende modelstudie de impact van de drie meest voorkomende koeienziekten en promoveerde hierop. Waarom koos hij eigenlijk voor dit onderwerp? ‘Er is al veel studie gedaan naar de impact op de economische prestaties van een melkveebedrijf, maar nog maar weinig naar de impact van ziekten op het klimaat, terwijl dat wel belangrijk is. De zuivelsector draagt wereldwijd voor circa 5% bij aan de uitstoot van broeikasgassen. De productie van melk met een lagere milieu-impact is – zeker ook in het licht van de doorgroeiende wereldbevolking – erg belangrijk’, verduidelijkt Mostert zijn keuze.

Mostert ontwikkelde een model dat eerst alle productieverliezen van zieke koeien berekent. Vervolgens bepaalde hij met een levenscyclusanalyse het effect van klinische mastitis, subklinische ketose en klauwaandoeningen op broeikasgassen. In deze levenscyclusanalyse zijn alle processen in de keten van melkproductie meegenomen. Mostert komt op basis van deze analyse tot de conclusie dat het reduceren van  deze ziekten bij melkvee tot nul de Nederlandse zuivelketen een besparing aan broeikasgasuitstoot oplevert van 0,4 Mton aan CO2-equivalenten per jaar.  

De reductieopgave van broeikasgassen in Nederland in 2030 voor landbouw en landgebruik bedraagt 3,5 Mton CO2-equivalenten. Je zou op basis hiervan kunnen stellen dat dit met gezondere koeien kan worden teruggebracht naar 3,1 Mton. Dat is echter te kort door de bocht, stelt Mostert. ‘Een gedeelte van broeikasgasemissies in de melkproductieketen vindt namelijk plaats in het buitenland. Dat betekent dat de bijdrage van ziektereductie bij koeien aan de totale Nederlandse reductieopgave wat kleiner uitvalt dan die 0,4 Mton aan CO2-equivalenten.’

Nationaal programma

De Wageninger stelt dat zijn onderzoek onderstreept dat het streven naar gezonde koeien melkveebedrijven veel ‘Het verminderen van ziekten kan zowel de uitstoot van broeikasgassen verlagen als het inkomen van de boer verhogen en het dierenwelzijn verbeteren. Je mag concluderen dat het verminderen van ziekten bij melkkoeien substantieel bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling van de zuivelsector.’

Mostert pleit voor het opzetten van een nationaal programma. ‘Niet alleen om meer bekendheid te geven aan de impact van verschillende ziekten bij koeien, maar ook omdat de preventie en signalering ervan helpt om ziekten en broeikasgasemissies te verminderen. Melkveehouders moeten het belang van die laatste niet onderschatten. De veehouderij ligt onder een vergrootglas. Laten zien dat je er op deze manier aan werkt, helpt voor de maatschappelijke acceptatie, terwijl een koe die een of twee lactaties langer meegaat de veehouder ook financieel resultaat oplevert.’