Hoe haalt u maximaal melk uit oudere koeien?

Hedendaagse regelgeving vraagt veehouders om scherper aan de wind te varen. Minder jongvee en minder vervanging betekent meer oudere koeien in de stal. Hun productiepotentieel goed benutten vraagt om een aantal eenvoudige maatregelen. Vanaf de derde kalving worden dieren immers kwetsbaarder voor verschillende ziekten. Veel daarvan spelen tijdens de transitieperiode. Ketose is een van die transitieziekten die beduidend meer voorkomt bij dieren vanaf de derde kalving.

In dit artikel vindt u 3 kernpunten om koeien vanaf de derde kalving zonder kleerscheuren door de transitie te loodsen.

1. Optimaal management

Optimaal management tijdens de transitieperiode is cruciaal voor een goede opstart. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de negatieve energiebalans rond het kalven zo beperkt mogelijk is. Het is dus zaak om in de eerste plaats de mogelijke risicofactoren te beperken met als doel een maximale drogestofopname.
Met de Healthy Start Checklist van Elanco kunnen de risicofactoren op het gebied van voeding en huisvesting die op transitiekoeien effect kunnen hebben, eenvoudig in kaart worden gebracht. Vervolgens kunnen de belangrijkste risico’s worden aangepakt.

2. Preventieve maatregelen voor hoogrisicokoeien

Daarnaast zijn preventieve maatregelen voor hoogrisicokoeien belangrijk, met name koeien vanaf de derde kalving en ouder. Ook als de bedrijfsomstandigheden optimaal zijn, zal gemiddeld 30% van de gekalfde koeien op een bedrijf aan slepende melkziekte lijden, doordat hun drogestofopname al vroegtijdig voor afkalven afneemt. Koeien vanaf een derde kalving hebben daarbij tot 2 keer meer kans op ketose als jongere dieren. Deze dieren zijn gebaat bij preventieve maatregelen.
Daarnaast behoren ook te vette dieren (conditiescore boven de 3,5) en dieren die de vorige lactatie slecht zijn opgestart, tot de risicodieren. Ook zij behoeven preventieve maatregelen.

3. Het monitoren van pas afgekalfde dieren op ketose

Door het monitoren van pas afgekalfde dieren op ketose via het bloed, of via de melk met behulp van Keto-Test-strips, is te zien in welke mate subklinische ketose op uw bedrijf voorkomt. Dieren met ketose kunnen dan direct ondersteund worden volgens het behandelplan en extra goed in de gaten worden gehouden, zodanig dat de schade beperkt blijft.