Meet wat er onder het topje van de ijsberg zit (3)

Melkveehouders die eenmaal scherpe doelen en acties hebben gesteld in hun diergezondheidsplan, kunnen niet zonder harde cijfers. Steekproefsgewijze of – beter nog – structurele urine-, melk- en bloedonderzoeken worden dan een vast onderdeel van de bedrijfsvoering.

De transitieperiode kan de oplettende melkveehouder een schat aan informatie opleveren. De incidentie van transitieziekten is namelijk een belangrijke aanwijzing dat er risicofactoren aanwezig zijn. Veel transitieziekten kennen naast een zichtbare (klinische) vorm ook een onzichtbare (subklinische) vorm.

Meten

De klinische vorm is slechts het topje van de ijsberg. De subklinische ziekte komt veel vaker voor en veroorzaakt de meeste schade. Maar wat je niet ziet, weet je ook niet. Daarom kan meten door middel van urine-, melk- en bloedonderzoek belangrijk zijn. Met die cijfers kun je gericht aan de slag met het verbeteren van productie en vruchtbaarheid.

Hieronder een schema waarmee u subklinische stofwisselingsziekten tijdens de transitieperiode in beeld kunt brengen.

 

 

We hopen u met deze serie van drie artikelen handvatten te hebben gegeven om van de jaarlijkse diergezondheidsevaluatie een waardevol instrument te maken. Het diergezondheidsplan is geen duur kopje koffie, maar een kans om serieus geld te verdienen.