Subklinische ketose kraakt veestapel op kousenvoeten

Ketose oftewel slepende melkziekte is een hardnekkig probleem. In de Veeteelt van 24 januari is te lezen hoe de MPR u kan helpen om ketosekoeien in beeld te krijgen. Belangrijk, want de schade is serieus!

Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat 30 tot zelfs 50 procent van de koeien subklinische ketose ervaart na afkalven. De koeien zijn niet zichtbaar ziek, maar hebben wel problemen. Qua diergezondheid is er een toename van het aantal transitieziektes. Lebmaagdraaiingen, baarmoederontstekingen en het langer aan de nageboorte blijven staan zijn te linken aan subklinische-ketose-problemen. En daarnaast loopt over het algemeen de weerstand van de koeien sterk terug.

Dieren die subklinische ketose ervaren, halen hun volledige melkproductie niet; vanaf de 2e kalving geven ze per lactatie 300 kilo minder melk. Bij vaarzen gaat het om een productieverlies van 500 kilo.

Verborgen ketose heeft tot slot ook een sterk negatieve invloed op vruchtbaarheid: er is 20 procent minder kans op dracht na de eerste keer insemineren. En het duurt gemiddeld 3 weken langer voordat koe de eerste tocht laat zien.

Welke koeien zijn het meest gevoelig voor subklinische ketose?

De vettere dieren (BCS ≥ 3,75) en de dieren die in de vorige lactatie iets hebben gemankeerd, staan behoorlijk goed op het netvlies van veehouders en dierenartsen. Echter, koeien vanaf de derde kalving zijn veel minder in beeld als risicogroep en worden vaak vergeten. Subklinische ketose is voor deze groep bepaald geen zeldzame aandoening en komt wel tot 2 keer vaker voor dan bij jongere dieren.

Bron: Data from the Galician Dairy Herd association Africor Lugo

Hoe pak ik verborgen ketose aan?

Preventie is het sleutelwoord, want dat voorkomt schade: een preventieve pensbolus die 3 tot 4 weken voor het afkalfmoment wordt gegeven bij koeien vanaf de derde kalving en andere risicodieren, om ketose te voorkomen, helpt koeien door de transitie heen, zodat ze aan hun potentieel geraken.

Dit moet idealiter hand in hand gaan met een goed management en of rantsoen in de droogstand en aan het begin van de lactatie. Als de ketose-indicatie uit de MPR regelmatig boven de 10 procent ligt, is het verstandig om met de dierenarts en voeradviseur de situatie van de droge en verse koeien eens onder de loep te nemen. Om te kijken waar en hoe in die periode het rantsoen en de opname daarvan verbeterd kan worden, zodat de koe meer droge stof opneemt. En zelfs wanneer voer en management wel goed op orde zijn, blijft het verstandig om uw koeien te helpen met een preventieve pensbolus.