Waar zit weerstand?

‘Het ligt aan de weerstand’, wordt er vaak gezegd. Maar wat betekent dat? Koeien die het niet goed doen? ‘Het ligt aan de weerstand, de weerstand is te laag. Dit is goed voor de weerstand en dat haalt de weerstand omlaag.’ Deze kreten horen we maar al te vaak. Maar wat bepaalt nu eigenlijk de weerstand van koeien? Wanneer is die niet in orde en wat zien we dan?

De weerstand van koeien wordt geregeld door het immuunsysteem (afweersysteem) en witte bloedcellen spelen daarin een hoofdrol. Of die voldoende aanwezig zijn en hoe goed ze functioneren bepaalt voor een groot deel de weerstand van de koe.
Kunnen we dat aan de buitenkant zien? Nee, dat is niet mogelijk. Maar steeds wanneer ziekteverwekkende bacteriën, virussen of parasieten het lichaam binnendringen, moet het afweersysteem van de koe in actie komen. Dit is niet alleen maar af en toe, maar een dagelijkse aangelegenheid. Als een koe ziek wordt, moeten we vaststellen dat de afweer van de koe niet toereikend was om een infectie in een vroeg stadium te onderdrukken. Dat kan te maken hebben met de ziekteverwekker, met de koe of met allebei.
Gelukkig is er veel onderzoek gedaan en weten we inmiddels in welke periodes koeien kwetsbaarder zijn door een verminderde weerstand.

Drie periodes van verminderde weerstand

Er zijn drie periodes waarin de weerstand van de koe lager is:

  1. Tijdens de transitie is de weerstand bij alle koeien lager door hormonale en metabole veranderingen.
  2. In perioden van stress is de weerstand lager. De belangrijkste stressfactoren voor koeien zijn groepsveranderingen, ruimtegebrek (voerhek, drinkbak, loopruimte, boxen) en hitte.
  3. Rondom het droogzetmoment is de weerstand ook enigszins lager.

 

Weerstand tijdens de transitie

De weerstand is vooral bepalend bij infectieziekten (bijvoorbeeld mastitis, baarmoederontsteking, longontsteking, infectieuze klauwaandoeningen). Bij vers afgekalfde dieren zien we vaker infectieziekten en dat is geen wonder, want de transitieperiode is voor koeien stressvol, er spelen heel wat veranderingen en er is een zekere infectiedruk. Dit kan leiden tot zieke dieren of tot verstoringen die minder tot niet zichtbaar zijn, maar waardoor koeien hun maximale potentieel niet halen of moeite hebben met drachtig worden.
Werken aan weerstand tijdens de transitie betaalt zich daarom terug met als resultaat minder zieke koeien, meer melk en minder vruchtbaarheidsproblemen.