Veehouders kiezen bewust voor preventie van longontsteking bij kalveren

Longradar

Na kalverdiarree is longontsteking de belangrijkste ziekte en ook de belangrijkste oorzaak van uitval onder opfokkalveren. Steeds vaker kiezen veehouders voor vaccinatie om longontsteking onder kalveren te voorkomen. Minder jongvee vraagt om meer preventieve zorg.

Uit een omvangrijke enquête onder ruim 8.000 melkveehouders in Nederland blijkt dat veehouders heel bewust kiezen voor vaccinatie van hun kalveren. Op de vraag waarom ze kalveren vaccineren tegen longontsteking springen er drie antwoorden uit.

Waarom vaccineren?

Waarom vaccineren veehouders? De belangrijkste reden die de meeste veehouders (44%) geven op de vraag waarom ze vaccineren, is dat gezond opgroeiende kalveren als melkkoe beter produceren. Iedere vertraging in ontwikkeling in het jonge leven van een kalf heeft direct invloed op een efficiënte opfokperiode.

Als tweede reden noemen veel veehouders (39%) specifiek groeivertraging als een zeer negatief gevolg van longontsteking. Deze groeiachterstand is in de rest van de opfok moeilijk in te halen. Ofwel de ALVA (afkalfleeftijd van vaarzen) neemt toe of de dieren kalven met een lager gewicht af. Dit heeft hogere opfokkosten én een minder goede productie in de eerste lactatie tot gevolg.

Ten slotte blijkt uit de resultaten dat veehouders gewoonweg een hekel hebben aan zieke dieren. Juist dat werd ook aangedragen om het jongvee te beschermen tegen longontsteking. Een ziek kalf in de stal zien ze niet graag. Het wekt irritatie op, omdat veehouders juist veel in het werk stellen om dieren gezond te houden. Zowel met het oog op (toekomstige) productie als zeker ook vanuit het oogpunt van dierwelzijn.

Naast deze drie meest voorkomende argumenten werden ook andere motivaties om te vaccineren tegen longontsteking genoemd: minder ziekte- en behandelkosten (14%), minder tijd nodig voor zieke dieren (14%) en het omlaag brengen van de dierdagdoseringen (7%).

Minder jongvee, meer preventieve zorg

Nederlandse veehouders kiezen dus heel bewust voor vaccinatie van hun jongvee om longontstekingen en alle negatieve gevolgen hiervan te voorkomen. In dezelfde enquête zien we ook duidelijk dat men minder jongvee op het bedrijf aanhoudt. In de cijfers van de ‘Meitelling 2018’ door het CBS werd dit nogmaals bevestigd. Ten opzichte van 2017 is er 14% minder jongvee op melkveebedrijven aanwezig.

Door scherp te selecteren in het jongvee houden melkveehouders minder dieren op hun bedrijf. Juist dit jongvee moet ongestoord en gezond opgroeien. Ziektepreventie, zoals vaccinatie tegen longontsteking, is slechts een kleine investering in vergelijking met de besparing die het aanhouden van minder jongvee oplevert.

De dierenarts als deskundige

Dierenartspraktijken in Nederland besteden de laatste jaren dan ook steeds meer aandacht aan jongveegezondheid. Dierenartsen zijn bij uitstek de deskundigen die veehouders van goed advies kunnen voorzien als het gaat om preventie en gezondheid.

De komende maanden zullen er meer opvallende resultaten uit deze grote enquête over longgezondheid bij jongvee gepubliceerd worden.

Meer weten over longontsteking in het algemeen?