Plan-do-check-act: verbeter uw voermanagement met data

Melkveehouder Rudie Lammers en zijn dierenarts Eelke Raven signaleren iets opvallends in de resultaatanalyse van het melkveebedrijf: de BSK van de vaarzen ligt lager dan die van de oudere koeien. Ze hebben wel een idee waar dit aan kan liggen, maar willen dit met betrouwbare data onderbouwen. Ze nemen de proef op de som.

Samen met zijn ouders runt Rudie Lammers een melkveehouderij in het Gelderse Eibergen van 140 melkkoeien en een vleesvarkenstak van 1.600 plaatsen. Rudie is het type melkveehouder dat graag de puntjes op de i zet en streeft naar verbetering. Daarbij maakt hij gebruik van de aanwezige data op zijn bedrijf én van zijn waarnemingen in de stal.

Vaarzen presteerden minder

Zo bleek uit de data-analyse dat de vaarzen een BSK van 43 hadden, terwijl de oudere koeien gemiddeld op 45 zaten. Opvallend, want gezien de genetische potentie zouden de vaarzen hoger moeten scoren. Naast de iets lagere productie van de vaarzen bleek ook de melkpersistentie van alle koeien onvoldoende, ze zakten vrij hard in productie.

‘Ik had wel een idee waar dat aan lag’, vertelt Rudie aan de keukentafel. ‘Als ik ‘s morgens met de voerdoseerwagen het ruwvoer uitreed, was het een drukte van jewelste bij het voerhek. We hebben slechts voor 80 procent van de melkkoeien een vreetplek aan het voerhek. De dominante, oudere koeien verdringen de vaarzen om als eerste het lekkerste ruwvoer eruit te pikken. De vaarzen moeten het doen met de restjes.’

Plan: een plan op basis van data

Samen met dierenarts Eelke Raven van Gelre Dierenartsen maakt Rudie een plan van aanpak. Eelke licht toe: ‘We wilden eerst een goede analyse van de uitgangssituatie en hebben een videocamera in de voergang opgehangen. Ook hebben we de sensordata in Nedap CowControl bekeken. Rudie gebruikt de SmartTags van Nedap dagelijks voor tochtdetectie, gezondheidsmonitoring en positiebepaling van de koeien.’ 

Maar de SmartTags vertellen nog veel meer over het gedrag van Rudies dieren: ze registreren ook vreet-, herkauw- en ligtijd. ‘Daaruit bleek dat de koeien 24 procent van de dag bezig waren met vreten, wat vrij lang is in vergelijking met andere bedrijven’, vertelt Eelke. ‘Daarnaast besteedden de koeien 40 procent van hun dag aan herkauwen en 46 procent aan liggen. Analyse van de camerabeelden leerde ons dat de oudere koeien aan het voerhek vooral bezig waren met selecteren en verplaatsen van het ruwvoer en dat de vaarzen er niet aan te pas kwamen.’

De data en de beelden bevestigden hun idee dat de vaarzen waarschijnlijk minder presteerden, omdat ze niet het juiste ruwvoermengsel kregen. Eelke: ‘Het werd tijd om een voermengwagen op proef uit te proberen.’

Do: ruwvoer mengen met voermengwagen

De eerste dagen moesten de koeien even wennen. Selecteren had geen zin meer, nu het ruwvoer goed gemengd voor het voerhek werd uitgereden. Na enkele dagen toonden de camerabeelden al verschil. Het viel Rudie duidelijk op: ‘Slechts 60 procent van de vreetplekken was tegelijkertijd bezet. Er was dus volop ruimte voor de vaarzen om ook aan te schuiven.’ 

De sensordata bevestigden dat beeld. ‘Waar we eerst rondom voertijd een piek in het aantal koeien aan het voerhek zagen, was dat nu meer verspreid over de dag’, constateerde de veehouder tevreden.

Check: sensoren laten effect meteen zien

De sensoren lieten direct een duidelijke trend zien. De gemiddelde vreettijd daalde van 24 procent van de dag naar 21 procent. ‘Dan denk je in eerste instantie dat dat niet goed is,’ zegt de melkveehouder, ‘maar de hoeveelheid voer die ze opnamen, bleef gelijk.’

De herkauwtijd bleef met 41 procent ongeveer gelijk. En de ligtijd nam met 49 procent iets toe. De hogere vreettijd had dus te maken met het selectiegedrag, concludeerden de melkveehouder en de dierenarts. ‘Nu selecteren niet meer mogelijk is, hebben alle koeien meer tijd voor hun primaire behoefte: liggen en herkauwen. En dat komt de melkproductie ten goede’, weet de dierenarts.

Act: voermanagement aangepast

De proef met de voermengwagen was geslaagd en op basis van de eerste resultaten schafte Rudie vol overtuiging zelf een voermengwagen aan. Het effect in vreet-, lig-, en herkauwtijd dat de SmartTags meteen al lieten zien, vertaalde zich na drie maanden ook naar de melkproductie. De vaarzen zitten nu gelijk of iets boven de BSK van de oudere koeien.

De gemiddelde melkproductie van alle koeien steeg met 10 procent naar 9.900 liter per koe bij 4,3 procent vet en 3,7 procent eiwit. ‘Normaal gesproken moet je veel langer afwachten wat het effect is van een managementaanpassing. Dankzij de SmartTags zie ik direct het verschil in gedrag. Op basis van deze data kan ik korter op de bal spelen, eerder beslissingen nemen en deze doorvoeren in ons bedrijf. Daarmee heb ik een goed stuur in handen’, besluit de melkveehouder enthousiast.

Direct effect

Wilt u ook het stuur in handen op uw melkveebedrijf en in overzichtelijke dashboards zíen wat het effect is van wijzigingen in uw (voer)management?

Vind dan hier uw Nedap CowControl distributeur en neem gerust contact op.