Twee redenen waarom activiteitsmonitoring van belang is voor reproductie

Ervan uitgaande dat een guste koe gemiddeld 2 euro per dag kost, kunnen de kosten voor een gemiste tocht oplopen tot maar liefst 42 euro. In het huidige klimaat in de melkveehouderij is dat een groot bedrag, dat ook ergens anders voor kan worden ingezet.

‘Wanneer tochten niet worden gedetecteerd, kost het gehele proces van het detecteren, separeren en insemineren van koeien extra tijd, moeite en arbeid’, vertelt Rudie Lammers, productmanager bij Nedap. ‘Met systemen waarmee de activiteit wordt gemonitord, is het eenvoudiger voor melkveehouders om te bepalen wanneer een koe tochtig is. De koe kan dan op tijd worden geïnsemineerd.’

Twee redenen waarom koeien met behulp van een activiteitsmonitoringssysteem sneller drachtig zijn en waardoor u geld kunt besparen:

1. De activiteit van koeien wordt continu bijgehouden

Hoewel u kunt zien of een koe blijft staan wanneer zij wordt besprongen, is dit geen waterdichte detectiemethode. En het is gewoonweg niet realistisch om koeien 24 uur per dag in de gaten te houden.

Een koe wordt gemiddeld 1,5 keer per uur besprongen en dat duurt ongeveer 4 tot 6 seconden. Een koe is 6 tot 8 uur tochtig. Met deze kennis weten we dat koeien een derde van de dag tochtig zijn en slechts 3 tot 5 minuten blijven staan wanneer ze besprongen worden. De kans dat u dit ziet, is dus erg klein.

Tijdens het voeren en melken zijn uw personeel en u langer bij de koeien, maar juist dan is de tochtactiviteit doorgaans gering. De koeien zijn actiever op het moment dat u waarschijnlijk ligt te slapen. Ongeveer 70 procent van het tochtgedrag vindt plaats tussen 19.00 uur en 7.00 uur, de periode waarin koeien het minst worden afgeleid.

‘Activiteitsmonitoring neemt tochtdetectie uit handen van melkveehouders’, vertelt Lammers. ‘Deze systemen analyseren ook ander gedrag, zoals snuffelen en kinrusten, om er zeker van te zijn dat tocht niet onopgemerkt blijft. Door inzicht in het optimale inseminatiemoment kunt u bovendien bepalen op welk moment inseminatie de grootste kans op drachtigheid geeft.’

2. Koeien zonder tochtigheidsverschijnselen worden snel gevonden

Soms vertoont een koe geen tochtigheidsverschijnselen wegens metabolische of omgevingsfactoren, zoals het vloeroppervlak, pijnlijke klauwen of poten, hittestress of ketose. Het kan ook dat ze gewoon niet ovuleert. Met een activiteitsmonitoringssysteem kunt u proactief optreden door deze problematische koeien sneller te detecteren, waarna u de oorzaak van de vruchtbaarheidsproblemen (eventueel na een effectieve behandeling) kunt oplossen en uw koeien uiteindelijk sneller drachtig zullen zijn.

‘In plaats van dat u de tocht misloopt en op de volgende cyclus moet wachten, kunt u actie ondernemen naar aanleiding van de inzichten die het activiteitmonitoringssysteem u biedt om erachter te komen waarom een koe niet tochtig wordt’, legt Lammers uit. ‘Inzichten kunnen u helpen een managementbesluit te nemen om een koe zo snel mogelijk drachtig te krijgen, ongeacht de reden waarom ze geen tochtigheidsverschijnselen vertoont.’

Met een activiteitsmonitoringssysteem detecteert u tochtige koeien en kunt u tijdig actie ondernemen als er problemen zijn. Het resultaat? Verbeterde vruchtbaarheidsresultaten en lagere kosten.

Krijg inzicht in de cyclus van uw koeien met continue informatie over activiteit en prestaties.

Ga naar Nedap CowControl voor meer informatie over activiteitsmonitoringssystemen.