Goed en op tijd onderwerken van vanggewas is belangrijk

Tijdig onderwerken van belang voor de maisteelt

Door de natte omstandigheden zullen veel vanggewassen nog niet ondergewerkt zijn. Als een perceel met vanggewas weer berijdbaar is, is het advies om dit zo snel mogelijk onder te werken om een maximale stikstofbeschikbaarheid te genereren voor de maisteelt. Wat zijn de nadelen van te laat of niet goed onderwerken? 

Waarom op tijd onderwerken?

Het vanggewas dat is uitgezaaid na de oogst van de maisteelt, voorkomt uitspoeling in de winter van achtergebleven bemestingselementen zoals stikstof en fosfaat. Door op tijd het vanggewas te zaaien heeft het tijd om te groeien en stikstof op te nemen die niet door de vorige teelt is gebruikt. 

De teelt die daarop volgt, kan dan opnieuw profiteren van de stikstof die vrijkomt uit het ondergewerkte vanggewas. Een goed ontwikkeld vanggewas of goed ontwikkelde groenbemester levert zo een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van het organischestofgehalte in de bodem en vormt op die manier een stikstofkringloop.

Maximale stikstofbeschikbaarheid voor mais 

Om de vastgelegde stikstof en andere nutriënten zo goed mogelijk te kunnen benutten voor de maisteelt van dit jaar moet de groenbemester op tijd worden vernietigd. De vertering van de plantenresten kan dan beginnen en de stikstof en andere nutriënten kunnen geleidelijk vrijkomen. Hier is tijd voor nodig: na ongeveer drie maanden is de stikstofbeschikbaarheid maximaal. Juni is namelijk de maand waarin het maisgewas maximaal stikstof opneemt. Pak dus op tijd – tussen 1 februari en uiterlijk 1 april – de groenbemester aan, zodat de stikstof op tijd beschikbaar komt voor het nieuwe maisgewas.

Nadelen van langer laten staan 

Het langer laten staan van een vanggewas heeft meerdere nadelen:

  • De vertering van het vanggewas begint te laat, waardoor stikstof te laat beschikbaarkomt. Er kan dan minder worden bespaard op bemesting van het volggewas.  
  • De vertering van het vanggewas gaat langzamer. Een vanggewas dat na de winter te lang blijft doorgroeien, krijgt een te hoge C/N-verhouding. Een hoge C/N-verhouding vraagt stikstof voor een goede vertering. Hierdoor moet ‘verse’ stikstof die wordt gegeven voor de hoofdteelt, worden gebruikt voor de vertering van het vanggewas.
  • Als je te laat en te veel vers verkleind organisch materiaal onderwerkt, kan dit nadelig zijn voor het capillaire bodemvocht (het opstijgend grondwater). In droge omstandigheden kun je dan problemen krijgen met de vochtvoorziening van kiemende maisplanten.
     

Door tijdig en op een juiste manier het vanggewas te verkleinen kun je met de krappe bemestingsnormen de laatste kilo stikstof benutten om zo ook dit jaar succesvol mais te telen!