De impact van transitie op levensdagproductie

Een optimale levensdagproductie maakt verborgen rendement direct zichtbaar. Om de levensdagproductie te verhogen en gezondheidsproblemen te voorkomen, is een probleemloze transitieperiode cruciaal. In dit artikel lees je wat je kan doen om je koeien tijdens het afkalven extra ondersteuning te bieden.

Meer lactaties, meer (kritische) transities

Een van de manieren om de levensdagproductie te laten stijgen, is door het aantal lactaties per koe te verhogen. Daarvoor moet het vervangingspercentage omlaag. Studies in onder andere de VS (Pinedo et al., 2014) en Nederland (Zijlstra et al., 2016) concluderen dat ongeveer 50% van de afvoer gedwongen is bij een gemiddelde levensduur van 3 lactaties. Meer lactaties betekent dat een koe vaker de kritische transitieperiode meemaakt. Metabole ziekten als melkziekte, subklinische melkziekte (ketose), baarmoederontsteking en vruchtbaarheidsproblemen liggen dan op de loer.

75% gezondheidsproblemen herleidbaar naar transitiefase

75% van deze gezondheidsproblemen is terug te leiden naar de transitiefase (Suthar et al., 2013). Deze problemen kosten gemiddeld 3,8% tot 6,8% melk (305d) (Carvalho et al., 2019) en beïnvloeden het aantal productieve dagen en het saldo per koe (Delgado et al., 2018; De Vries and Marcondes, 2019; De Vries, 2020). Dus hoe beter je je koeien door de transitiefase laat komen, hoe kleiner het risico op metabole ziekten en hoe optimaler de levensdagproductie!

Metabole ziekten voorkomen

Problemen in de transitiefase hebben over het algemeen twee oorzaken: tekort aan beschikbaar calcium (Ca) rond afkalven en/of een te grote negatieve energiebalans. Om die problemen voor te zijn, is in de droogstand een aantal strategieën mogelijk om de kans op metabole ziekten te verkleinen. Een belangrijke preventieve maatregel is het op het juiste moment en op de juiste wijze beschikbaar stellen van Ca.

Calciumbehoefte tijdens droogstand

Melk- of kalfziekte ontstaat door een tekort aan beschikbaar Ca rond afkalven. Dit betekent echter niet dat er te weinig Ca gevoerd wordt voor afkalven. Integendeel! De Ca-opname in de darm wordt door de lage Ca-behoefte in verhouding tot de beschikbaarheid tijdens de droogstand als het ware in de slaapstand gezet. Rond afkalven neemt de Ca-behoefte voor biest- en melkproductie ineens enorm toe, waardoor het beschikbare Ca in de biest en melk verdwijnt (figuur 1). De koe is op dat moment niet in staat om voldoende Ca uit de botten vrij te maken of in de darm op te nemen. Het voeren van Ca in de droogstand heeft dus eerder negatieve dan positieve gevolgen ter voorkoming van melkziekte.

Koedrank als slim alternatief

Op het moment van afkalven is er extra behoefte aan Ca. Een Ca-bolus is gemakkelijk toe te dienen en je bent ervan verzekerd dat het de koe ingaat. Om meer stress rond afkalven te voorkomen, wil je echter het liefst dat de koe het Ca zelf opneemt. Dit is mogelijk door een koedrank toe te dienen. Na afkalven doet een koedrank voor het Ca-gehalte in het bloed niet onder voor een Ca-bolus, blijkt uit een nog niet gepubliceerde interne studie. Sterker nog: na verstrekking van koedrank Reviva blijft het bloed-Ca-niveau vanaf afkalven stijgen, terwijl het bloed-Ca-niveau bij gebruik van een Ca-bolus na afkalven juist na 24 uur een dip laat zien (figuur 2).

Calciuminfuus: uitstel, geen afstel

In de praktijk wordt nog wel eens preventief een Ca-infuus gegeven. Uit studies blijkt dat de piek in Ca die met een Ca-infuus wordt bereikt, vanaf 18 uur na het infuus wordt opgevolgd door een lager Ca-gehalte (figuur 3). Melkziekte wordt met een infuus dus slechts uitgesteld en niet voorkomen. Geef koeien daarom nooit preventief een Ca-infuus.

Betere voeropname en minder gewichtsverlies

Direct na kalven heeft een koe naast calcium behoefte aan water, energie, vitamines en mineralen. Een recente studie laat zien dat Reviva de voeropname in de eerste weken stimuleert (figuur 4A), resulterend in aanzienlijk minder gewichtsverlies dan koeien die een Ca-bolus kregen (figuur 4B). Daarnaast geven de bloedparameters een indicatie voor een lager cortisolgehalte voor de Reviva-groep, wat wijst op een lager stressniveau.

De praktijk bewijst dat Reviva ook echt werkt op de lange termijn. In een Nederlandse studie (2017) kregen koeien direct na afkalven eenmalig Reviva of een placebo. Met behulp van CRV-data kon de werkelijke productie worden vergeleken met de verwachte melkproductie van deze koeien én kon de toegevoegde waarde van de koedrank ten opzichte van alleen water (placebo) worden bepaald.

Extra opbrengsten van € 105,- per lactatie

Reviva-koeien produceerden over de gehele lactatie gemiddeld 0,78 kg/dag meer melk met een iets hoger eiwitpercentage (0,02%) (P < 0,05) dan werd verwacht. De melkproductie van de Reviva-koeien was 0,52 kg/dag hoger dan van de placebo-koeien (P=0,065). De extra geproduceerde kg vet en eiwit zijn vermeld in tabel 1.
De studie laat ook zien dat het verstrekken van lauwwarm water (placebo) direct na het afkalven zorgt voor een hogere vetproductie, maar met het eenmalig verstrekken van Reviva zijn de extra opbrengsten maar liefst € 105,- per lactatie hoger dan op basis van de CRV-data werd verwacht (RFC, garantieprijs juni 2021)!

Samengevat

Samengevat kan het voorkomen van metabole problemen als melkziekte de gedwongen afvoer op je melkveebedrijf verlagen, waardoor de levensdagproductie kan worden verhoogd. Tijdens de droogstand zijn er diverse strategieën mogelijk om de kans op metabole ziektes te verkleinen. Ook draagt wat extra aandacht direct na afkalven door middel van Reviva-verstrekking bij aan het soepeler opstarten van de lactatie.

Behoefte aan meer informatie?

Ga naar www.healthylife.nl en ontdek het HealthyLife-programma, waarbij je wordt uitgedaagd de prestaties van jouw melkveebedrijf duurzaam én winstgevend te verbeteren.